Werken met de meldcode kindermishandeling

Kinderopvangorganisaties zijn sinds 1 juli 2013 wettelijk verplicht een meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling te hebben. Net als de gezondheidszorg, het onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp en justitie. Sinds 1 januari 2019 is het daarnaast verplicht om binnen de meldcode te werken met een afwegingskader.

Dit nieuwe afwegingskader beschrijft wanneer en waarom het melden van vermoedens van huiselijk geweld en/of kindermishandeling als noodzakelijk wordt beschouwd. De meldcode beschrijft wie welke verantwoordelijkheid draagt binnen de eigen organisatie, zowel als het gaat om het oppikken van signalen als de uitvoering van het vervolgtraject.

Verplicht melden.
Zo adviseert de meldcode om een interne aandachtfunctionaris aan te stellen, die de inhoud van de meldcode kent en weet welke stappen wanneer moeten worden gezet. De aandachtfunctionaris kan bijvoorbeeld een leidinggevende of een ervaren pedagogisch medewerker zijn. Zij heeft ook contact met externe partijen, waarvan Veilig Thuis de belangrijkste is. Want daar moeten vermoedens van mishandeling verplicht worden gemeld. Zo’n aandachtfunctionaris is handig, want het voorkomt dat pedagogisch medewerkers alle 74 pagina’s van de meldcode uit het hoofd moeten leren. Wel dienen pedagogisch medewerkers en andere beroepskrachten deskundig te zijn in het herkennen en bespreken van signalen die kunnen wijzen op huiselijk geweld en kindermishandeling. En ze moeten goed op de hoogte zijn van de te doorlopen stappen in de meldcode. De werkgever moet daarvoor zorgen, bijvoorbeeld via cursussen.

Signalen oppikken.
Als pedagogisch medewerker moet je signalen van kindermishandeling (waar ook seksueel misbruik onder valt) kunnen oppikken. Onder signaleren wordt verstaan het waarnemen en interpreteren van aanwijzingen in gedrag en lichamelijk welzijn van het kind, in het gedrag van de ouders en in de gezinsomgeving die mogelijk wijzen op huiselijk geweld of kindermishandeling. Deze signalen dienen zo snel mogelijk te worden doorgegeven aan de aandachtfunctionaris. De beroepskracht dient ook alert te zijn op signalen die wijzen op een geweld- of zedendelict gepleegd door een collega of signalen die wijzen op seksueel grensoverschrijdend gedrag tussen kinderen onderling. Het protocol beschrijft daarbij stap voor stap voor welke acties pedagogische medewerkers en kinderopvangorganisaties moeten ondernemen als zij kindermishandeling vermoeden.

‘Als pedagogisch medewerker moet je signalen van kindermishandeling (waar ook seksueel misbruik onder valt) kunnen oppikken’

Drie routes.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen drie verschillende ‘routes’: bij signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling (route 1), bij signalen van mogelijk geweld- of zedendelict door een medewerker in de kinderopvang jegens een kind (route 2) en tot slot bij signalen van seksueel grensoverschrijdend gedrag tussen kinderen onderling (route 3).

Suzanne Plaisier van oudervereniging BOinK was actief betrokken bij het maken van de meldcode kindermishandeling en het nieuwe afwegingskader. Zij heeft er, met anderen, vele maanden aan geschreven, in samenwerking met de drie werkgeversorganisaties in de kinderopvang. Waarom is route 3, over seksueel grensoverschrijdend gedrag tussen kinderen, deel van de meldcode kindermishandeling?

Problematiseren.
Suzanne: ‘Dat heeft te maken met onze ervaring dat bepaalde seksueel getinte gedragingen in de kinderopvang nogal eens worden geproblematiseerd. Ouders kwamen soms met hun rug tegen de muur te staan, het leidde zelfs tot opzegging van contracten.’ Zo is er het voorbeeld van een groepje vierjarigen dat doktertje aan het spelen was. Een kleuterhad daarbij gezegd ‘Doe jij je rokje eens omhoog’. Ouders verontrust, en pedagogisch medewerkers schoten collectief in de stress. Suzanne: ‘Het kind dat dit had gezegd, werd door de professionals neergezet als een soort serieverkrachter-in-de-dop. Het toonde aan dat op het gebied van seksuele ontwikkeling van kinderen meer kennis bij professionals nodig is, die gestructureerd naar zaken kunnen kijken als er daadwerkelijk iets speelt.’

Veilig Thuis.
Het leuke van de meldcode, is het nieuwe afwegingskader. Dit zorgt dat beroepskrachten en organisaties gestructureerd kunnen handelen bij vermoedens van mishandeling of seksueel misbruik. Het afwegingskader is opgenomen in stap 4 ( = wegen van het vermoeden) van de meldcode en in stap 5, waarin de uiteindelijke beslissing wordt genomen op basis van de afweging die gemaakt is in stap 4. De stappen 1 tot en met 3 van de meldcode zijn inhoudelijk niet gewijzigd vergeleken met 2013.

Suzanne: ‘In de oude meldcode moest de beroepskracht meer naar eigen inzicht eventuele mishandeling beoordelen. Nu helpt het afwegingskader bij het maken van een zorgvuldige afweging. Je moet – deels in samenwerking met Veilig Thuis – vijf specifieke vragen beantwoorden, waardoor je tot een gewogen beslissing kan komen.’ Daarnaast heeft Veilig Thuis, waar je mishandeling moet melden, een duidelijker rol in het protocol gekregen. Het protocol maakt duidelijk bij welke stappen je moet melden, maar ook wanneer je (anoniem) een vermoeden van mishandeling of misbruik bij Veilig Thuis kunt voorleggen. Als er dan signalen uit meerdere hoeken zijn gekomen bij Veilig Thuis (bijvoorbeeld vanuit school of huisarts) dan kan Veilig Thuis daarmee aan de slag.

‘De meldcode adviseert om een interne aandachtfunctionaris aan te stellen, die de inhoud van de meldcode kent en weet welke stappen wanneer moeten worden gezet’

Dat hoop je dan maar, want een van de kritiekpunten vanuit kindprofessionals is dat je na een melding bij Veilig Thuis bijna nooit wat terug hoort. Daar zit je dan, met je ongeruste gevoelens over een kind. Suzanne: ‘Dit horen we inderdaad regelmatig. Het imago van Veilig Thuis kan en moet beter worden in onderwijs en kinderopvang. Want het is heftig om een melding te doen over een kind, dan ben je al een boel drempels over.’ Veilig Thuis hoort terug te koppelen naar de professionals die de melding hebben gedaan.

Speciale app al 10.000 keer gedownload.

Voor beroepskrachten uit de kinderopvang is ook de app ‘meldcode kindermishandeling’ beschikbaar. De app is een digitale vertaling van het protocol ‘kindermishandeling en grensoverschrijdend gedrag’ voor de kinderopvang van juni 2018. In de app is ook het nieuwe afwegingskader opgenomen. Inmiddels is de app al 10.000 keer gedownload. De app is laagdrempelig en gericht op gebruik in de praktijk op het kinderdagverblijf, in de buitenschoolse opvang en gastouderopvang. De app kan volledig anoniem worden gebruikt. De app “praat” je door de meldcode heen, in behapbare, laagdrempelige stukjes. Alle inhoudelijke zaken er omheen staan onder een apart kopje in de app. De app Meldcode Kindermishandeling kun je downloaden uit de App Store en Play Store. Kijk voor meer algemene informatie op de website van Beweging tegen Kindermishandeling.

Auteur: Aart Verschuur

Deel Werken met de meldcode kindermishandeling

Share on facebook
Share on linkedin
Share on email

Over KindVak nieuws

KindVak werkt met een aantal vaste redacteuren, die ons redactieteam vormen. Daarnaast zijn we altijd op zoek naar gastredacteuren.

De verantwoording voor ingebrachte teksten liggen bij de auteurs van deze teksten.

Het redactieteam van KindVak

Lees het nieuws per categorie

Beurs nieuws

Branche nieuws

Meld je aan voor de KindVak nieuwsbrief

Waar ontvang jij je updates het liefst?

Nieuwe tijden, nieuwe ontwikkelingen

Sinds maart 2020 staat de wereld op zijn kop. Er is een stevig beroep gedaan op de kinderopvang, maar dat heeft ook veel moois

Betrek kinderen bij hun eigen opvang

Hoe betrek je kinderen bij hun eigen opvang en waarom? Samen activiteiten verzinnen en de ruimte inrichten schept een band en maakt dat de

Blij met IKK!

Dit bericht is een uittreksel van het interview uit KindVakMagazine 2-2021. Lees het hier helemaal! Sinds de invoering van extra kwaliteitsregels voor de kinderopvang