In gesprek met Anje Ros, Lector Leren en Innoveren bij Fontys Hogescholen

Anje Ros is lector Leren en Innoveren bij de bij Fontys Hogeschool Kind en Educatie. Zij is deskundige op het terrein van leren van leerlingen, leraren en organisaties. Ze adviseert de Pabo’s en (basis)scholen over verbetering van het onderwijs. KindVak sprak met haar over haar werk en haar onderzoek.

Kun je in kort vertellen wat je doet voor je werk?
Onder ons lectoraat vallen 5 Pabo-opleidingen, de opleiding Pedagogisch Management Kinderopvang en 2 masteropleidingen, namelijk Leren en Innoveren en Leadership in Education. Onze belangrijkste taak is in feite om een brug te slaan tussen onderzoek en praktijk. Het is onze ambitie is om het onderwijs te verbeteren door enerzijds onderzoek meer toegankelijk te maken voor scholen en anderzijds zelf onderzoek uit te voeren naar aanleiding van vraagstellingen vanuit scholen. We publiceren daarbij zelf wetenschappelijk onderzoek maar proberen het ook praktisch bruikbaar te houden voor scholen zelf. Zo schrijven we bijvoorbeeld over hoe je de manier van feedback geven kunt verbeteren. Aan de hand van filmpjes en informatie op websites wordt deze informatie dan bruikbaar gemaakt voor leraren. Ook houden we ons bezig met de curriculumontwikkeling van onze opleidingen en waarborgen we de kwaliteit hiervan.

‘We houden ons bezig met de vraag hoe we leerlingen beter kunnen voorbereiden op de toekomst in de huidige, snel veranderende maatschappij.’

Wat is daarbij het onderwerp waarop wordt toegespitst?
Leren en Innoveren is erg breed, en onze onderwerpen wisselen dan ook nogal. Momenteel zijn we bezig met de vraag hoe je een onderzoekscultuur in een school kunt creëren; hoe zorg je er voor dat leraren zelf op zoek gaan naar wat er al bekend is over een onderwerp, en hoe kan hij/zij dat toepassen in de praktijk? We willen dus eigenlijk dat leraren zelf gaan kijken naar hoe ze het onderwijs kunnen verbeteren en daarbij zelf op zoek gaan naar de juiste literatuur.

‘We publiceren zelf wetenschappelijk onderzoek maar proberen het ook praktisch bruikbaar te houden voor scholen zelf.’

Je zei dat er onderzoek wordt gedaan naar aanleiding van vragen vanuit scholen. Hoe gaat dat in zijn werk?
Dit doen we op verschillende niveaus, zowel met Bachelor- als Masterstudenten. Daarbij kijken we naar de vraag vanuit de school waar de betreffende student op dat moment stageloopt. Is er bijvoorbeeld sprake van een motivatieprobleem? Of zijn de zijn de rekenscores laag? Of is er een probleem met een bepaalde methode? Soms wordt het zo georganiseerd dat een student een onderzoek uitvoert in samenwerking met de leerkrachten en de schoolleider. Uit het onderzoek komen dan ook resultaten waar de school daadwerkelijk iets aan heeft. Bovendien is het onderzoek op deze manier voor studenten zelf interessant, omdat zij een bijdrage kunnen leveren aan de schoolontwikkeling.

Daarnaast doen jullie als lectoraat ook zelf onderzoek. Wat houdt dit in?
Dit onderzoek vindt meer op macroniveau plaats, en doen we in samenwerking met besturen en andere opleidingsinstituten die betrokken zijn bij al onze scholen. Daarmee kijken we naar welke vraagstukken op dat moment actueel zijn. Dan wordt er een onderzoeksaanvraag ingediend bij het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO). Hierbij gaat het vaak om grootschalige projecten. Momenteel zijn we dus, zoals ik al zei, bezig met de vraag hoe we een onderzoekscultuur kunnen creëren in scholen. Daarbij ontwikkelen we een instrument waarbij leraar makkelijk literatuur kunnen zoeken en dat dan ook kunnen toepassen in hun praktijk.

Kun je een voorbeeld noemen van iets waarvan jij vindt dat dat beter zou kunnen in het onderwijs?
Op dit moment zijn we bezig met de vraag hoe we leerlingen beter kunnen voorbereiden op de toekomst in de huidige, snel veranderende maatschappij. Platform Onderwijs 2032 is bezig met hoe het curriculum eruit zou moeten komen te zien. Hierover maak ik momenteel een analyse; wat betekent het voor leeractiviteiten en voor de rol van de leraar als je de door Onderwijs 2032 gestelde doelen wilt behalen? En wat betekenen deze doelen voor de Pabo-opleiding? Wat moeten we onze leraren leren om leerlingen goed te kunnen voorbereiden op de toekomst?

‘In mijn ogen wordt het dan ook steeds meer van belang dat leraren samen met het kind keuzes kunnen maken in leeractiviteiten en om samen doelen te kunnen stellen.’

Kun je daar een voorbeeld van noemen?
We zien dat bepaalde typen vaardigheden steeds belangrijker worden en dat conceptuele kennis steeds meer van belang is. Leerlingen moeten bijvoorbeeld in staat zijn om nieuwe kennis te kunnen genereren en snel dingen op te kunnen zoeken. Rekening houdend met het gegeven dat het steeds makkelijker is geworden om dingen op te zoeken is het van belang dat kinderen leren om informatie te kunnen selecteren en de juiste keuzes te kunnen maken. Dat vraagt heel veel van de zelfstandigheid van leerlingen, en dat vraagt op zijn beurt weer om goede begeleiding door leraren.

Hoe wordt dat dan vertaald naar de competenties van een leraar?
Een theorie die ik hier belangrijk bij vind is de self-determination theory. Deze theorie gaat er vanuit dat leerlingen intrinsiek gemotiveerd zijn om dingen te leren. Onderzoek laat zien dat leerlingen beter leren als zij de inhoud interessant of belangrijk vinden. Dat willen we graag bereiken en daarvoor zijn 3 dingen van belang. Ten eerste autonomie, namelijk dat leerlingen zelf een zekere invloed hebben op hun eigen leerproces, op wat je leert en hoe je dat leert. Ten tweede is een veilige relatie belangrijk. Leerlingen moeten vertrouwen hebben het gevoel hebben dat ze worden gewaardeerd in wie ze zijn en wat ze doen. En ten derde is de competentie van het kind van belang; dat leerlingen het gevoel hebben dat ze het kunnen en dat ze begeleid worden in het leerproces. Hierbij is het wel degelijk van belang om in het achterhoofd te houden dat leerlingen niet alles kunnen overzien. In mijn ogen wordt het dan ook steeds meer van belang dat leraren samen met het kind keuzes kunnen maken in leeractiviteiten en om samen doelen te kunnen stellen. Uiteraard is het dan de taak van de leraar om het kind hierbij te helpen en om ze hierbij te assisteren. Dit is voor leerlingen in het basisonderwijs belangrijk, maar dit geldt ook voor studenten. Met hen gaan we na wat een goede leraar kenmerkt, wat ze al kennen en kunnen en welke leeractiviteiten passend zijn om zich verder te ontwikkelen.

Auteur: Thom Roozenbeek

Deel In gesprek met Anje Ros, Lector Leren en Innoveren bij Fontys Hogescholen

Share on facebook
Share on linkedin
Share on email

Over KindVak nieuws

KindVak werkt met een aantal vaste redacteuren, die ons redactieteam vormen. Daarnaast zijn we altijd op zoek naar gastredacteuren.

De verantwoording voor ingebrachte teksten liggen bij de auteurs van deze teksten.

Het redactieteam van KindVak

Lees het nieuws per categorie

Beurs nieuws

Branche nieuws

Meld je aan voor de KindVak nieuwsbrief

Waar ontvang jij je updates het liefst?

In gesprek met Job van Velsen over integrale samenwerking

Job van Velsen, een man met een indrukwekkend cv binnen het PO, over de uitgangspunten die nodig zijn om daadwerkelijk tot een integraal kindstelsel

Met armen over elkaar je mond dichthouden is verleden tijd

Met ‘Meester Mark rekent het goed’, Mark van der Werf zijn vierde boek, slaat hij een andere weg in. KindVak Magazine sprak met hem

Filosoferen in het onderwijs

Filosoferen is een ambacht, geen vak. Aldus filosoof Kristof van Rossem. En dus ging Tjeerd Hilhorst, leerkracht aan de Montessorischool in Wassenaar, filosoferen met