Passende zorg ‘complexe’ kinderen vraagt om samenwerking expertises

Het vinden van passende zorg voor kinderen met meerdere diagnosen in psychische- en gedragsstoornissen is onder de maat, blijkt uit onderzoek van de Volkskrant. Een betere samenwerking tussen expertises is nodig om goede zorg aan deze groep te waarborgen, aldus (jeugd)zorgprofessionals.

Kinderombudsman kritisch op gemeenten
Een jaar na de invoering van de nieuwe Jeugdwet (in januari 2015) is de jeugdzorg nog steeds niet op orde, constateerde de Kinderombudsman begin dit jaar. Deze verwacht dat meer dan de helft van de kinderen die voor het eerst gebruik maken van jeugdzorg veel moeite zal hebben met het vinden van de juiste zorg. Doordat de zorgbehoefte van deze kinderen nog niet goed in beeld is gebracht door gemeenten, blijft het ingekochte zorgaanbod dit jaar niet voldoende afgestemd op de daadwerkelijke zorgbehoefte. De weg naar passende zorg blijkt met name voor kinderen met meerdere psychische- en/of gedragsstoornissen problematisch, zo onderzocht de Volkskrant. Zij worden ‘rondgepompt’ tussen jeugdzorg- en ggz-instellingen, omdat deze stuk voor stuk niet weten wat ze met de complexe problematiek van het kind aanmoeten, zo meldden drie directeuren van jeugdzorg- en ggz-instellingen aan de krant.

‘Door bezuinigingen wordt te lang gewacht met het inzetten van zware zorg, waardoor kinderen soms pas op hun 16e de juiste diagnose krijgen.’

Juiste zorg is lastig
Ongeveer 5 procent van alle jongeren tot en met 17 jaar in Nederland heeft een psychische stoornis die leidt tot ernstige beperkingen in hun functioneren en/of risico’s van een verstoorde ontwikkeling, blijkt uit cijfers van Nationaal Kompas. In aantallen gaat het jaarlijks om circa 170.000 kinderen (van de in totaal 3,5 miljoen kinderen in Nederland). Ongeveer 85% van alle aanmeldingen bij de jeugd-ggz leidt daadwerkelijk tot een behandeling. Over het aantal jonge kinderen met een gedragsstoornis in Nederland zijn geen cijfers bekend. Lastig is daarom om te zeggen hoeveel kinderen met zogeheten complexe stoornissen er zijn. Een bron in de Volkskrant schat dit op enkele honderden. Des te lastiger is het voor gemeenten om de juiste zorg te bieden, omdat zij weinig te maken hebben met zulke kinderen.

Protocollen uit de kast
Het bieden van de juiste zorg door gemeenten is niet het enige probleem. Door bezuinigingen wordt namelijk te lang gewacht met het inzetten van zware zorg, waardoor kinderen soms pas op hun 16e de juiste diagnose krijgen. Orthopedagoge Nelly ter Voert stelt dat het niet alleen gaat om welke diagnose je stelt, maar meer om hoe deze wordt gesteld. Jaren werkte zij in de kinder- en jeugdpsychiatrie bij een grote ggz-instelling. Ze zag er kinderen doorgeschoven worden van huis naar (gesloten) instellingen en vice versa. Een neerwaartse spiraal waarbij zowel ouders, professionals als het kind de moed bijna verloren.

‘De zorg in Nederland is zo geregeld dat je pas in aanmerking voor vergoeding en behandeling komt zodra er een diagnose is gesteld. Als een behandeling niet werkt, wordt er gekeken welke andere diagnose gesteld kan worden. Je ziet op deze manier niet het hele kind’, vertelt Ter Voert. Zij pleit voor een persoonlijkere aanpak, waarbij vanaf dag één wordt gekeken naar welke zorg bij het kind past, aan de hand van de mogelijkheden en talenten die het heeft. ‘Als we op een manier doorgaan waarbij we protocollen uit de kast trekken aan de hand van diagnosen, voorzie ik kinderen die gaan draaideuren in de ggz of bij justitie terecht komen. Dat is heel triest.’

‘Door te focussen op diagnosen zie je niet het hele kind’ – Nelly ter Voert

Gehandicaptenzorg
Niet alleen binnen de jeugdzorg en ggz, maar ook binnen de gehandicaptenzorg lijken ‘complexe’ kinderen buiten de boot te vallen. Hier is sprake van kinderen met meerdere stoornissen, naast hun verstandelijke beperking. ‘Een leidende diagnose stellen, met daarbij een passende indicatie, verloopt niet soepel’, zegt Fenna Schalkwijk, gedragskundige bij een stichting binnen de gehandicaptenzorg. ‘Wanneer een kind een verstandelijke beperking heeft, maar ook een gedragsstoornis, zijn de opties vanuit de jeugdzorg óf behandeling binnen de ggz óf binnen de gehandicaptenzorg. De indicatie die iemand krijgt is verbonden aan één tak van de zorg, waardoor de andere tak vervolgens sneller zijn handen er vanaf trekt. Met één van de beide opties is het kind niet geholpen. Er zou eigenlijk een combinatie aangeboden moeten worden, maar er zijn vrijwel geen instellingen die beide expertises in huis hebben. Ik merk overigens wél dat er al mondjesmaat samenwerking wordt gezocht tussen de verschillende zorgtakken. Die samenwerking moet momenteel echt nog vanuit de zorgprofessionals zelf komen en heeft nog altijd geen direct effect op de cliënten.’ Hier is echter sprake van een essentiële ontwikkeling, vindt Schalkwijk. ‘Een kenmerk van de groep complexe kinderen is namelijk dat ze intensieve zorg nodig hebben. Zodra deze begint te wiebelen, glijden ze snel af.’

Samen durven kijken
Dorienke Klapwijk, die als voormalig teamleider van een instelling binnen de gehandicaptenzorg een gezinshuis heeft, kan meepraten over het belang van intensieve zorg. Er wonen bij haar vijf kinderen permanent, die meerdere stoornissen hebben, naast een lichte verstandelijke beperking. ‘De omzwervingen die deze kinderen hebben moeten meemaken zijn schokkend’, zegt Klapwijk. ‘Als gevolg hiervan hebben ze allemaal een ernstige hechtingsstoornis. Het ontbreekt hun aan vertrouwen, dat ze hier mogen blijven wonen. Ze hebben constant het gevoel ieder moment weer overgeplaatst te kunnen worden. Hierdoor staan ze minder open voor de hulp die ze krijgen.’ Deze ongewenste situatie kan volgens Klapwijk verbeterd worden door een gezamenlijke brede kijk op het jonge kind vanuit jeugdzorg, ggz en gehandicaptenzorg te ontwikkelen. ‘Ontzettend veel (en steeds wisselende) professionals hebben iets over het kind te zeggen en juist daardoor eigenlijk niks. We moeten gezamenlijk naar het kind durven kijken. In het onderwijs zien we reeds zo’n samenwerking ontstaan tussen verschillende expertisen. Dat hebben we nog niet binnen de zorg’.

Auteur: Emma Verweij

Deel Passende zorg ‘complexe’ kinderen vraagt om samenwerking expertises

Share on facebook
Share on linkedin
Share on email

Over KindVak nieuws

KindVak werkt met een aantal vaste redacteuren, die ons redactieteam vormen. Daarnaast zijn we altijd op zoek naar gastredacteuren.

De verantwoording voor ingebrachte teksten liggen bij de auteurs van deze teksten.

Het redactieteam van KindVak

Lees het nieuws per categorie

Beurs nieuws

Branche nieuws

Meld je aan voor de KindVak nieuwsbrief

Waar ontvang jij je updates het liefst?

Jongerenwerk in Midden-Drenthe

Een gezin, een plan, een regisseur is het motto van het Jeugdteam Smildes. Natascha Maris, jongerenwerker van Welzijnswerk Midden Drenthe, vertelt hoe zij dat

Professionals moeten kindermishandeling zien en bespreekbaar maken: een grote verantwoordelijkheid

Sinds 2013 is de Wet verplichte meldcode van kracht, die elke organisatie en professional die met kinderen werkt verplicht met een meldcode te werken.

Onderzoek naar effectiviteit van netwerken in jeugdhulpverlening

Samenwerking tussen wijkteams, scholen en welzijninstanties, hoe effectief werkt dat? Onze redacteur Thom Roozenbeek ging in 40 gemeenten op onderzoek uit.